Een spinnetje, een spinnetje

Een spinnetje, een spinnetje (maak van je hand een spinnetje)
 
 Dat kriebelt aan mijn kinnetje (met het spinnetje kriebelen aan je kin)
 
 Dat kriebelt aan mijn been (met het spinnetje over je een been lopen)
 
 En aan mijn dikke teen (kriebelen aan de grote teen)
 
 Dan gaat die weer terug (kriebelen over been en buik)
 
 En kriebelt op mijn rug (kriebelen op de rug)
 
 (kriebelen op de rug)
 
 

Aanvullende gegevens